Als Zzp’er ben je zelf verantwoordelijk voor het regelen van je pensioen. De AOW (Algemene Ouderdomswet) blijft een basis, maar is voor de meeste ondernemers onvoldoende om later comfortabel rond te komen. Een eigen pensioenstrategie, ongeacht je leeftijd of hoeveel je reeds opbouwde, is daarom noodzakelijk.
Waarom je als zzp’er zelf je pensioen moet regelen
In tegenstelling tot werknemers, bouw je als ondernemer vaak geen aanvullend pensioen via een werkgever op. Daardoor kan er een gat ontstaan tussen wat je later nodig hebt en wat er daadwerkelijk beschikbaar zal zijn. De kosten in levensonderhoud blijven namelijk stijgen en je hebt geen continue inkomenszekerheid.
Met een goed opgebouwd pensioen, zorg je ook later voor een stabiel inkomen. Je beschermt je tegen financiële tegenvallers en bent minder afhankelijk van AOW. Ook heb je zelf de keuze om bijvoorbeeld eerder te stoppen of minder te werken.
Vroeg starten of laat inhalen
Een goed zzp pensioen opbouwen, doe je best zo vroeg mogelijk. Doordat je vroeg start, werkt het rente-op-rente-effect namelijk sterker en hoef je per maand minder te storten. Je kan klein starten, maar het is belangrijk om een vast ritme-inleg in te bouwen door middel van automatische stortingen. Daarnaast spreid je best risico’s door sparen en beleggen te combineren en hou je een buffer over voor momenten waar je wisselende inkomsten kan hebben.
Begin je later met je pensioenregeling? Dan moet je vaak een inhaalslag maken. Daarbij zijn vooral de fiscale regelingen relevant. Vaak moet je dan maandelijks een hoger bedrag inleggen om het gewenste pensioenbedrag te bereiken. De jaarruimte en reserveringsruimte kunnen hier veel fiscaal voordeel bieden, waardoor het aantrekkelijk wordt om extra in te leggen. Let wel op dat, je eventueel eerder opgebouwd pensioen in loondienst, invloed op de beschikbare fiscale ruimte kan hebben. Daarnaast kunnen ook andere vermogensvormen, zoals een (bijna) afgeloste woning, een belangrijk deel uitmaken van je oudedagsvoorziening.
Pensioen opbouwen: welke opties heb ik?
Sparen of beleggen
Dit is de meest flexibele vorm van pensioenopbouw:
– Je geld blijft volledig beschikbaar.
– Je hebt geen fiscale voordelen in box 1.
– Vermogensrendementsheffing wanneer je boven de vrijstelling komt.
– Geschikt voor ondernemers die maximale vrijheid willen houden.
Banksparen of lijfrente
Dit is een populaire, fiscaal aantrekkelijke optie als je als zzp’er gericht vermogen voor later wil opbouwen:
– Je stort periodiek of eenmalig op een geblokkeerde rekening.
– Je kiest voor sparen, zelf pensioen beleggen of een combinatie.
– Later ontvang je lijfrente-uitkeringen uit deze pot.
– Voordelen:
– Inleg is aftrekbaar van je belastbaar inkomen.
– Geen vermogensrendementsheffing tijdens de opbouw.
– Vaak lagere belasting tijdens de uitkeringen, omdat je inkomen dan lager is.
– Nadeel:
– Het geld staat vast, je kan het tussentijds niet opnemen.
Fiscale ruimte: jaarruimte en reserveringsruimte
Hoeveel leg je nu best in voor je pensioen? Hoeveel je fiscaal mag storten, hangt af van je jaarruimte. Je jaarruimte is de maximale storting die je mag aftrekken in box 1, bepaald op basis van inkomen, winst en eerdere pensioenopbouw. Indien je weinig of geen pensioen in loondienst opbouwde, heb je vaak relatief veel ruimte. Benutte je voorgaande jaren niet volledig? Dan kan je deze tot 10 jaar via reserveringsruimte alsnog inhalen. Dit kan vooral voor oudere zzp’ers een belangrijk voordeel zijn
Nieuwe pensioenwet biedt extra kansen voor zzp’ers
De Wet toekomst pensioenen biedt zelfstandigen nu nog meer mogelijkheden om fiscaal slim pensioen op te bouwen. Dankzij deze wet kan je tot vijf jaar na de AOW-leeftijd doorgaan met fiscaal vriendelijke pensioenopbouw. Er is ook een tijdelijke experimenteerbepaling, waardoor je je als zzp’er vrijwillig bij pensioenregelingen uit de tweede pijler, bijvoorbeeld sectorfondsen, kan aansluiten. Uiteraard alleen indien deze fondsen dat toestaan.
De wet is voornamelijk interessant voor ondernemers die meer behoefte aan collectieve zekerheid hebben.
Hoeveel pensioen moet ik ongeveer opbouwen?
Een vaak gebruikte richtlijn is dat je pensioen ongeveer 70 tot 75 procent van je laatstverdiende inkomen moet benaderen om later een gelijkwaardig levensniveau te behouden. Hoeveel je daadwerkelijk nodig hebt, verschilt van persoon tot persoon. Hou rekening met je vaste lasten, hypotheek of huur, je gewenste levensstijl, eventuele andere vermogensbestanddelen en of je bijvoorbeeld eerder wilt stoppen met werken.
